English Nederlands

Over Alert

Sinds 1991 neemt Alert Fonds voor Jongeren (Alert) een unieke en onafhankelijke positie in binnen de Nederlandse en internationale fondsenwereld. Alert is een onafhankelijk fonds dat progressieve projecten van jongeren ondersteunt. Alert wil dat activistische jongeren beter of meer gehoord worden, maar denkt dat alleen jongeren zélf hiervoor kunnen zorgen. Daarom ondersteunt Alert nationale en internationale jongereninitiatieven met kleine subsidies. Alert wordt draaiende gehouden door een groep enthousiaste bestuursleden, allemaal vrijwilligers en tussen de 18 en 36 jaar. Daarnaast heeft Alert één betaalde medewerker in dienst; de officemanager.

HET ONTSTAAN VAN STICHTING ALERT
Met dank aan drie van onze oprichters

Het begon allemaal in het grijze verleden met de Katholieke Werkende Jongeren (KWJ) en het NVV-Jongerencontact. Beide organisatie deden aan belangenbehartiging voor jongeren. In 1982 zijn beide organisaties gefuseerd tot de Jongerenbeweging verbonden met de FNV. De Jongerenbeweging was georganiseerd als een basisbeweging. Het ‘verbonden met de FNV’ bestond eruit dat er afspraken waren met de FNV met betrekking tot vakbondsjongeren. De Jongerenbeweging was grote landelijke organisatie, had 139 zogenaamde vrijgestelden in dienst en werd gesubsidieerd door het toenmalig ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

De Jongerenbeweging was een zelfstandige organisatie van werkende, werkloze en schoolgaande jongeren. Het bestond uit districten, regio’s en een landelijk bestuur. Het landelijk bureau was er om de districten te ondersteunen.

In het najaar van 1988 werd de Jongerenbeweging geconfronteerd met tekorten op de begroting en werd er door het landelijk bureau een reorganisatie voorbereid. In januari 1989 werd een lijvige nota opgestuurd naar de FNV en de aangesloten bonden waarin de elementen van de reorganisatie al uitvoerig besproken worden. De nota komt aan de orde in een gesprek met het voltallige federatiebestuur van de FNV. Het landelijk bestuur van de Jongerenbeweging werd niet op de hoogte gesteld van het stuk en de inhoud ervan is vooraf nooit in de beweging besproken.

Dit plan leverde in een hoop districten veel verzet op, omdat het plan gezien werd als een coupe poging van de FNV. Er kwam zoveel verzet dat besluitvorming op landelijk niveau niet meer mogelijk bleek en de Jongerenbeweging als landelijke organisatie niet meer functioneerde. Met als resultaat dat de minister van WVC geen vertrouwen meer had in de Jongerenbeweging en dat de subsidie eind 1989 werd stopgezet. De Jongerenbeweging werd daarop ontmanteld, de 139 vrijgestelden ontslagen en de huurcontracten van de districtspanden opgezegd. Vanuit het Ministerie van SZW moesten alle gelden teruggestort worden naar het ministerie. Hiervoor werd een team van 3 medewerkers aangesteld die dit moesten gaan uitvoeren.

Dit team bedacht zich echter dat bij de fusie van de KWJ en de NVV-jongerencontact tot Jongerenbeweging beide partijen vermogen ingebracht hadden. De KWJ was bijvoorbeeld eigenaar van het pand aan het Oorsprongpark in Utrecht. Het landelijk bestuur vond dat het ministerie geen recht had op dat vermogen en is daar in een rechtszaak in het gelijk gesteld.

Nu was er ineens vermogen waar een bestemming voor bedacht moest worden. Bestuurders van met name de districten Den Haag, Gouda, Leiden en Amsterdam hebben zich hard gemaakt dat deze gelden ten goede kwamen aan het gedachtegoed van de Jongerenbeweging namelijk de gelijke verdeling van macht, geld en kennis en de empowerment van jongeren. En omdat we dat niet meer als Jongerenbeweging konden, werd bedacht dat we dan met geld projecten zouden ondersteunen die dat gedachtegoed uitdragen. Het idee van een fonds was geboren.

Er werd een initiatiefgroep in het leven geroepen waar 15 jongeren in zaten die allemaal hun roots in de Jongerenbeweging hadden. Deze initiatiefgroep ging de organisatie vormgeven.

En er moest natuurlijk nog een hobbel genomen worden. Het landelijk congres van de Jongerenbeweging moest de gelden eerst toekennen aan Stichting Alert. Maar er waren meer kapers op de kust. Alert was niet de enige met goede plannen voor het geld. Een andere gegadigde was het plan voor een Jongerenbond.

Het landelijk bestuur, die het eindcongres had voorbereid, had een voorstel gedaan voor een 80-20 verdelen tussen Stichting Alert en de Jongerenbond. Bij de start van het congres in 1991 was er echter een waterval aan amendementen voor projecten die ook geld konden gebruiken. Allemaal projecten waar iedereen geld aan gunt. Dat was ook gelijk het doembeeld bij de initiatiefgroep: hoeveel blijft er over voor Alert? Maar gelukkig was er in ons midden een Gerda Doejaaren, later voorzitter van Alert, die een hekel heeft aan lang geouwehoer en middels een motie van orde, het meest vergaande voorstel als eerste in stemming liet brengen. Dan hoeft er over de rest niet gepraat te worden. En zo geschiede. Het voorstel 80-20 haalde het met gemak.

Het geld werd overgemaakt. Het pand aan het Oorsprongpark werd op naam van Alert gezet.

Volgende stap was natuurlijk, hoe laat je het geld het beste renderen, en in navolging van de schenkingsovereenkomst geheel risicoloos. Daar hadden we een bank voor nodig. En grappig genoeg, als je met veel geld komt aanzetten, zit je met de directeur van de SNS-bank in hoogsteigen persoon aan tafel.

We konden van start, met veel uitdagingen. De workflow was op papier bedacht, nu moest het geïmplementeerd worden. Hoe krijgen we aanvragen binnen, hoe beoordelen we die, hoe gaat de communicatie naar onze aanvragers, hoe gaat de interne communicatie.

Vooral bij de functie van secretaris lag een puist aan werk. En dat was ook de reden dat de eerste secretaris dit al na een aantal maanden opgaf. Daarna heb ik (Maarten van der Drift) dat een aantal jaar gedaan. 1x per week vanuit Rotterdam met de trein naar Leiden om de postbus te leggen; om beter overzicht te hebben op de aanvragen, maakte ik uittreksels van alle aanvragen. Voor de vergaderingen werden alle aanvragen gekopieerd en samen met het verslag van de vorige vergadering en het overzicht van de uittreksels verstuurd naar alle bestuursleden; afwijzingen en toekenningen werden verstuurd. Het was een enorme klus, die niemand na mijn gedwongen vertrek (ouderdom) wilde overnemen. Zo kwam het secretariaat van het XminY fonds in beeld.

Ook nog een klus die Alert als rechtsopvolger had, was elk jaar het versturen van een paar honderd pensioenoverzichten naar oud-medewerkers van de Jongerenbewerking. Dit hebben we na een jaar of 6 uitbesteed aan de SNS-bank die dat voor ons wel wou overnemen.

En ondanks dat het veel werk was, heb ik dat zelf nooit zo gevoeld en heb ik warme gevoelens als ik aan die tijd terugdenk, wat inmiddels gegroeid is naar gepaste trots dat we dit met 15 jonge mensen uit de grond hebben gestampt en dat Alert na meer dan een kwart eeuw nog steeds bestaat en in grote lijnen nog steeds functioneert zoals we dat destijds bedacht hadden.

Gerda Doejaaren (oud-voorzitter)

Nicolien van Velzen (oud-penningmeester)

Maarten van der Drift (oud-secretaris)